HOME | CONTACT | NIEUWSBRIEF NL FR
MuFDB.org
aspectenreflectiestalenten 

Talenten | Doe Stil Voort

EUROPE 2006-2014: IN VARIETATE CONCORDIA (United In Diversity)

Maarten Vanden Eynde

Op 9 mei vieren we de ‘Dag van Europa’, als herdenking van de dag waarop de eerste fundamenten van de eenwording van Europa werden gelegd in 1950. De vlag, die als symbool van de eenheid werd ontworpen, is het vertrekpunt van Maarten Vanden Eynde’s project. Hij nodigt ons uit om na te denken over wat Europa vroeger betekende, waar het vandaag voor staat en hoe het er in de toekomst zal uitzien. Is Europa erin geslaagd eenheid te creëren, rekening houdend met de verscheidenheid van alle lidstaten? In zijn project tracht hij de eenheid doorheen de diversiteit in beeld te brengen en stelt hij zowel de grenssluitingen als de geografische uitbreiding van Europa in vraag.

Maarten Vanden Eynde dacht vijf nieuwe Europese vlaggen uit. De sterren staan voor de hoofdsteden van de verschillende lidstaten. Ze staan niet meer in een cirkel, maar wel op hun geografische plaats op de Europese kaart. In 2006 zien we slechts 15 sterren, hoewel de Europese Unie sinds 2004 al tien nieuwe lidstaten telde. Hiermee klaagt hij het gebrek aan erkenning en de economische discriminatie tegenover deze nieuwe lidstaten aan, wat in tegenspraak is met de grondbeginselen van de Europese Unie.

Om de twee jaar evolueert het design van zijn vlaggen, door telkens ‘uit te zoomen’ en nieuwe sterren bij te voegen tot 2014, het jaar waarin de Europese Unie finaal besloten zou hebben wie er deel van uitmaakt. Zo telt de vlag van 2008 alle huidige lidstaten, voegt de kunstenaar bij die van 2010 alle hoofdsteden toe van de landen die lid willen worden van de EU of die deel uitmaken van het geografisch continent Europa. Op de vlag van 2012 zien we alle hoofdsteden van de wereld als een soort abstracte sterrenhemel. En als we volledig uitzoomen, zien we noch sterren, noch hoofdsteden, noch grenzen – enkel een open hemel als symbolische vlag voor onze blauwe planeet.

www.maartenvandeneynde.com

Foto: Europe2008

   

Modern Menhir                                              Oil peak




SPACE-PROJECT. REMI TAMBURINI ((04.09.2011-30.10.2011)

 
In Space project werkt Rémi Tamburini twee ‘prototypes-objecten’ uit die bestemd zijn voor… de ruimte. Hij stelde de NASA voor een capsule die kunstwerken van bevriende kunstenaars bevat, en een audio-installatie met een universeel verstaanbare taal in de ruimte te brengen om zo contact te leggen met eventuele buitenaardse wezens. Communicatie via kunst dus. Zijn ingenieuze, op hightech objecten lijkende installaties stellen de technologische vooruitgang in vraag en verwijzen naar verloren utopieën.


Space-project is een studie rond de boodschappen die de astronoom Carl Sagan tijdens ruimtevaartmissies verstuurde. Als oprichter van een onderzoeksgroep over buitenaardse intelligentie, bevestigde Sagan in de jaren ’70 een gouden plaat op Pioneer 10 en een gouden grammofoonplaat (Voyager Golden Record) op Voyager 1 met een universele boodschap voor eventuele buitenaardse beschavingen. Vertrekkende van de specifieke karakteristieken van elke boodschap, werkte de jonge Franse kunstenaar Rémi Taburini twee ruimtesondes uit die op een ludieke manier deze ambitie van optimistische communicatie (her)actualiseren. Er wordt telkens rekening gehouden met de eigenheid van elke boodschap dat binnen het ruimtestelsel geplaatst wordt, en de door Sagan gebruikte codes en pictogrammen worden door een ander communicatiekanaal vervangen: de artistieke taal.

Space project bestaat uit twee ‘prototypes-objecten’ van ruimtesondes, die in de continuïteit liggen van de sondes van de NASA in die periode. Tamburini baseert zich hiervoor op de theorieën van de zetetiek van de jaren ’70, die het bestaan van paranormale fenomenen wil onderwerpen aan wetenschappelijke onderzoeksmethoden. Met Space Project neemt hij de zetetische houding aan van een wetenschapper uit de jaren ’70, geïnspireerd door dromen en mythes.

De Contact Container, het eerste prototype-object’, refereert naar de ruimtesonde Pioneer en de gouden plaat met antropocentrische pictogrammen. De Contact container neemt dezelfde vorm aan als de driehoekige UFO die in 1992 in de Belgische lucht opgemerkt werd. Het bevat een doos waarin kunstwerken van kunstenaars uit zijn entourage worden gearchiveerd.

Het tweede ‘prototype-object’, de Sonar Soundbox, is een reconstructie van de Voyager Golden Record en van de uitzendsonde dat we terugvinden in de film Star Trek: “The Voyage Home”. Deze audio-installatie is het resultaat van een onderzoek naar een universeel verstaanbare taal.

Met eenvoudige bouwmaterialen slaagt Tamburini erin objecten te realiseren die lijken op hightech constructies. Deze ingenieuze installaties stellen de technologische vooruitgang in vraag en verwijzen naar verloren utopieën.

 

AD TRIANGULUM. Freddy De Vierman en Ralph Cleeremans (26.03.2011 - 05.06.2011)

Vernissage op zaterdag 26.03.2011 om 16u

Lezing over sacrale geometrie: zondag 03.04 om 11u30

Aperitiefconcert, klavecimbel: Christine Wauters: zondag 08.05, 11u30 GEANNULEERD!

In dialoog met het werk van Felix De Boeck zoeken beide kunstenaars naar perfecte verhoudingen in de kunst. Punt, lijn en cirkel vormen de basis van de tentoonstelling gewijd aan de sacrale geometrie.  

Freddy De Vierman (1960) volgde de opleiding Schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Zowel qua thema’s als wat technieken betreft, is de kunst van Freddy De Vierman uiterst gevarieerd. Zijn kritisch- humoristische werken over religie en corruptie, en zijn surrealistische analyses van iconen en symbolen uit stripverhalen en massamedia brengen de toeschouwer in verwarring door een spel van deconstructies en spiegelingen in verschillende dimensies, om zo de essentie van die symbolen te onthullen. En dit in een waaier van uiteenlopende disciplines gaande van schilderkunst (aquarel, pastel, olieverf) op verschillende dragers (doek, papier, textiel, hout), over printtechnieken tot mixed media (installatie-en videokunst).

www.freddydevierman.com

Ralph Cleeremans (1933) studeerde aan de Academie van Schone Kunsten van Brussel en aan de Académie Julian in Parijs. Hij is één van de oprichters van de groep “Belgische Aluchromisten” (1959), waar onder andere ook Hugo Claus en Octave Landuyt deel van uitmaakten. Hij nam ook deel aan tentoonstellingen in New York (Artachromie, 1966). In de jaren ’60 ontwierp hij fresco’s op zowel vlakke als reliëf aluminiumplaten. Ralph Cleeremans werkt met zeer uiteenlopende technieken op papier. Hij verdiept zich niet alleen in de inkt- en aquareltechniek, maar maakt tevens collages met mixed technieken (as, inkt, pigmenten, oliën, documenten). Zijn stijl evolueerde van het figuratieve naar abstracte composities.


MARIA DUKERS (27.11.2010 - 16.01.2011)

Beïnvloed door haar opleiding als architect, gaat de kunstenares steeds op zoek naar een manier om diepte in haar werk te integreren, werkende met superposities van verschillende lagen, op dragers zoals glas, en later plastiek. Haar vierkante volumes hebben een sculpturaal aspect, net als laag reliëfs, waarvan de doorzichtigheid een lichtvibratie doorheen de verschillende lagen teweegbrengt. Haar voorkeur voor grijze en witte kleuren geeft het licht de volle vrijheid. Toch contrasteert de integratie van de levendige rode lijnen met de zachtheid van de grijze en witte tonen.
De immaterialiteit van het plexiglas zorgt voor de lichtheid van de volumes die in nauw verband worden gebracht met de architectuur van het gebouw.
De idealen van De Stijl zoals het evenwicht van de verhoudingen en de zuivering van de elementen tot het essentiële, vinden we duidelijk in Maria’s werk terug. In dat opzicht valt de verrassende gelijkenis op met de geometrische tekeningen die De Boeck in de jaren 1922-1923 maakte. Deze tekeningen zullen voor het eerst tentoongesteld worden sinds hun schenking aan het museum in 2009 door vzw “Stichting Felix De Boeck”.

Lees meer op de website van Maria Dukers


LEEN VOET (16.05.2010 - 20.06.2010)

In 2009 startte Leen Voet met het kopiëren van een deel van het oeuvre van Felix De Boeck, een groep werken die de originele schenking uitmaakte van Felix De Boeck aan de gemeente Drogenbos, en die later werd overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap. Bij de zowel tijdrovende als mentaal uitputtende handeling van het kopiëren van dit oeuvre, dat bestaat uit meer dan 600 werken waarin eindeloos dezelfde motieven worden herhaald en die werden geproduceerd op 500 meter afstand van waar ze nu worden geconserveerd, wordt de microkosmische wereld van Felix uitgegraven.

Wat gebeurde er in Drogenbos, de plek waar Felix De Boecks museum werd gebouwd op een deel van zijn eigen erf? Hoe bouwde deze kunstenaar, die volgens een formule van een lang vervlogen idee van het kunstenaarschap leefde, zijn eigen mythe? Felix De Boeck, wiens oeuvre initieel functioneerde binnen een intellectueel discours, maar die zich terugtrok uit de kunstscène en koos voor het landelijke leven, strandde in pathos en liefhebberij. Net voor het einde van zijn tijd vonden de werken onderdak in een voor zijn productie gebouwd museum. Werd Felix’ magische en spirituele microkosmos ingezet om een grotere zaak te dienen, de Vlaamse aanwezigheid in de Vlaamse Rand rond Brussel?

Het oeuvre van deze pionier van het modernisme, die later evolueerde naar een getormenteerd symbolisme, wordt met potlood op A4-papier nagetekend. De bijna masochistische handeling om gedurende langere tijd intensief in de kleine dramatische wereld van Felix De Boeck binnen te stappen, heeft niet tot doel zijn oeuvre te herwaarderen. In de tekeningen worden fysieke eigenschappen zoals grootte ontkend, formaten van de beelden worden aan elkaar gelijkgeschakeld, verf wordt vertaald naar potloodlijnen, strepen vullen obsessief het blad.

Het binnendringen in deze andere tijd en deze andere wereld is een proces van fictionaliseren van het oeuvre en neutraliseren van de mythe die rond Felix De Boeck werd opgetrokken. Door in de huid te kruipen van deze kunstenaar (verslagen door het leven maar bijgestaan door god), werd gekozen voor het uitspitten van de problematiek van valorisering en van de relativiteit van een keuze. Ook in vorige werken werd door het behandelen van artistieke producten, met of zonder artistieke of economische waarde, de geldigheid van een bepaalde, traditionele overtuiging van de onomkeerbaarheid en waarachtigheid van een creatieve handeling of actie, en de daaruit voortvloeiende artefacten, in vraag gesteld.

Eind 2010 wordt dit project afgesloten met een publicatie van de tekeningen.

Dit project kreeg de steun van Sint-Lucas Beeldende Kunst, Gent.

 

(Tekst: KX)

Lees meer over Leen Voet


PHILIP JANSSENS (selectie ism FLACC, Genk) (08.07 - 05.08)

Maakt beelden door twee schilderijen met hetzelfde onderwerp door elkaar te vlechten of door met spiegels te werken waar je, afhankelijk van de sterkte en de plaatsing van de lichtbron, door kan kijken. Voor deze tentoonstelling bouwde hij een toonkast, waarop de spiegelingen en de beelden die vanachter het glas komen zich met elkaar vermengen (bijvoorbeeld de aan de muur hangende affiche van Sophie Nys en de boeken in de toonkast). Als je knielt zie je ook een oneindige weerspiegeling, die je van buitenaf kan bekijken (je staat zelf niet in de weg van je blik, zoals bij Horta's trap). In het Museum Felix de Boeck toont Philip Janssens vandaag een installatie met een heel krachtige lamp. Het werk van Philip Janssens kwam tot stand met steun van FLACC in Genk. (tekst: Hans Theys voor "Small Stuff Tree")



SCULPTURAAL SCHETSEN, NICOLAS BAEYENS (03.06 - 01.07)

Recent lijkt de jonge kunstenaar een nieuwe uitdaging te hebben gevonden: sculpturen gemaakt met plaatstaal. De beproeving zit letterlijk in de sculpturele bewerking van stalen platen. Hij giet het materiaal niet tot een vlekkeloze vorm, maar bewerkt het als een  ambachtsman. Hij kneedt het met een hamer en eigen fysieke kracht tot de gewenste vorm. Deze vorm moet steeds afhankelijk van het materiaal blijven. De beelden dragen duidelijk de littekens van deze bewerkingen, die minstens even belangrijk zijn als het eindresultaat.

Kenmerkend voor de beelden van Nicolas Baeyens is dat er helemaal geen ingewikkelde voorstudies, maquettes en schetsen voorafgaan aan de eigenlijke realisatie. Hij omschrijft z'n beelden letterlijk als driedimensionale schetsen, hiermee verwijzend naar de relatieve snelheid en de spontaneïteit waarmee ze worden gemaakt. Net als de CoBrA-kunstenaars van het einde van de jaren veertig werkt hij zonder vooropgezet plan. Hij vertrekt uitsluitend van een eenvoudige schets en laat vervolgens z'n fantasie de vrije loop. Het werk vormt als het ware zichzelf tijdens het bewerkingsproces. Binnen de huidige artistieke productie waar veel kunstenaars de realisatie van hun ideeën overlaten aan specialisten terzake en tengevolge hiervan gedetailleerde schetsen en technische tekeningen een noodzaak zijn, kan deze manier van werken als atypisch beschouwd worden. (tekst: Liesbeth De Maeyer)


GORILLA GODDESS GANGSTER AND THE GOBLINS (02.09 - 07.11) (selectie ism Bains::Connectives, Vorst)

Een videomythe door Lisa Jeannin en Rolf Schuurmans

G G G & G is een verhaal met vele facetten qua ruimte- en tijdsbepaling. De onderdelen zijn zo geladen en communicatief dat het samengevlochten geheel paradoxaal genoeg natuurlijk en vanzelfsprekend is.

G G G & G handelt over mentale ruimtes, projectiemodellen voor vragen aangaande de chaos van de werkelijkheid en de ingewikkelde vanzelfsprekendheden van het leven. Tussendoor wordt er een spiegelruimte beschreven waar de identiteit in vraag gesteld wordt en het monument van de werkelijkheid instort. Daar kan een nieuwsgierige gorilla zichzelf ontdekken in duizenden varianten met behulp van zijn filmend cameraoog of het kan ook dat een gefrustreerd en eenzaam gangster de spiegels kapotschiet, misschien voorzichtig om zijn raadselachtige natuur intact te houden. Maar de looping herstelt deze spiegelzaal snel.

G G G & G handelt over het ontstaan vanuit magische rituelen uitgevoerd door kleine kleurrijke trollen, over de eenzaamheid van de gangster in een wereld die zijn ingebouwde fictie onthult, over de scheppings- en vernietigingsdrang van de groene godin ten overstaan van een steriele beschaving, over positieve identiteitsoplossingen als strategie voor het verwelkomen en vormen van een grotere werkelijkheid, over de terugkeer naar de natuur en het groen en over de fantasie van de spin en de fantasie van het publiek en over de fantasie als subversieve kracht gericht tegen de orde en de rede die humor en de menselijke waardigheid met de dood bedreigt.

tekst/ text: Leif Holmstrand

GORILLA GODDESS GANGSTER AND THE GOBLINS
A video myth by Lisa Jeannin and Rolf Schuurmans

G G G & G is a story with multiple space and time facets, in which the fragments are so charged and communicative that the interlaced entity paradoxically becomes natural and self-evident.

G G G & G is about mental spaces, models of projection for questions with regard to reality’s chaos and the complicated obviousness of life. From time to time a hall of mirrors is described in which identity is questioned and the monument of reality collapses. Here an inquisitive gorilla can discover herself in thousands versions with the aid of her filming camera eye; or it is also possible that a frustrated and lonely gangster shoots the mirrors into pieces, maybe carefully in order to keep his enigmatic nature intact. But soon the looping restores this hall of mirrors.

G G G & G is about the coming into existence from magical rituals performed by small colourful trolls, about the loneliness of the gangster in a world revealing its built-in fiction, about the green goddess’s lust for creation and destruction in front of a sterile civilization, about positive identity dissolutions as a strategy to welcome and form a larger reality, about the return to nature and the green and about the spider’s fantasy and the public’s fantasy and fantasy as a subversive force aimed against order and reason who threaten humour and human dignity with death.

GORILLA GODDESS GANGSTER AND THE GOBLINS

Un mythe vidéo par Lisa Jeannin et Rolf Schuurmans 
GGG&G est une histoire comportant de multiples facettes quant à l’espace-temps, où les fragments sont tellement chargés et communicatifs que l’ensemble entrelacé qui en résulte est paradoxalement naturel et évident.

GGG&G traite des espaces mentaux, des modèles de projection quant aux questionnements concernant le chaos de la réalité et les évidences compliquées de la vie. Entre-temps, se décrit un espace à miroirs où l’identité est questionnée et le monument de la réalité se brise. C’est là qu’un gorille curieux peut se découvrir lui-même en milliers de versions grâce à l’aide de son œil de caméra qui filme; ou serait-il aussi possible qu’un gangster frustré et solitaire brise les miroirs de ses coups de feu, peut être prudemment afin de garder intacte sa nature énigmatique. Mais la mise en boucle redresse ces galeries de glaces rapidement.

GGG&G traite de l’existence à partir des rites magiques exécutés par de petits trolls multicolores, de la solitude du gangster dans un monde qui révèle sa fiction incorporée, de l’élan créateur et destructif de la déesse verte devant une civilisation stérile, la dissolution positive de l’identité comme stratégie pour l’accueil et la formation d’une réalité plus grande, du retour à la nature et au vert, de la fantaisie de l’araignée, de la fantaisie du public et de la fantaisie comme force subversive contre l’ordre et la raison qui menacent de mort l’humour et la dignité humaine. 

texte: Leif Holmstrand



RENATO NICOLODI (18.11 - 09.12)  (klik hier voor sfeerbeelden)

In 1999 bracht Tacita Dean een filmisch verslag uit van geluidspiegels, Sound Mirrors, die ooit deel uitmaakten van het verdedigingssysteem van de Engelse kust en die dateren van de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Mogelijke luchtaanvallen betekenden rond dat tijdstip een dreigend gevaar voor de nationale Engelse veiligheid. Sound Mirrors is de benaming voor gigantische oorschelpen of akoestische waarschuwingssytemen, ontworpen om signalen van de vijandige luchtmacht te detecteren en door een operateur of ‘luisteraar’ vast te leggen op vinylplaten in een, onder de constructie ingerichte, geluidskamer. Het succes van radarexperimenten betekende echter dat rond 1936 de Royal Air Force (RAF) elke vorm van interesse in deze spiegels verloor. De betonnen structuren geraakten in onmin. Thans zijn ze verworden tot roerloze obstakels. Omgeven als ze zijn door het water van de kust dreigen ze weg te zinken in een entropisch landschap dat terugglijdt naar een ver historisch verleden.

De monolitische structuren uit Deans Sound Mirrors roepen ontegensprekelijk associaties op met Renato Nicolodi’ s ruimtelijke installaties. Tijd en ruimte gestold in de roerloze massa van beton. Geen spoor van menselijke aanwezigheid, of toch onrechtstreeks, als een soundtrack met toevallige geluiden op de achtergond. Alsof geen mensenhand er aan te pas is gekomen. In langzaam verglijdende zwartwit beelden registreert Tacita Dean deze architectonische relikten als getuigenissen van een ideologie die niet langer meer de onze is. Het zijn anachronistische en irreële tekens uit een periode waarin de gestage ontwikkeling van wetenschap en technologie garant stond als ultieme drijfveer van maatschappij en kunst.

Renato Nicolodi ’s installaties refereren aan archetypische architectuurmodellen. Reële en ambiguë tekens van tijdloosheid en duur. Paradoxale tekens, tegelijk. Monolieten van een recente datum. Visuele ankerpunten. Mentale bakens in een tijd waarin de maatschappij in een gigantische digitale stroomversnelling is terechtgekomen en alles in vraag wordt gesteld: wetenschap, technologie, natuur én de rol en identiteit van de mens daarbij.

De architectonische modellen van Renato Nicolodi hebben een uitgesproken minimalistische inslag. Zijn systematische, droge aanpak verleent deze modellen een klassieke soberheid, waarmee Renato in de voetsporen treedt van de vormentaal van grote utopische architecten als Etienne-Louis Boullée en Claude-Nicolas Ledoux. Renato’s ruimtes zijn ontworpen naar een mathematisch geordend rasterpatroon of grid. Niet het – naar Vitruviaanse normen - volmaakt geproportioneerd mannelijk naakt staat er in het centrum van. De ruimtes zijn geschikt en georganiseerd naar stereometrische figuren zoals kubussen en piramides; volmaakt en in zichzelf gekeerd in hun abstrakte, uitgezuiverde vorm. Zei Cézanne ooit niet dat alle vormen in de natuur terug te brengen zijn tot bol, cilinder, kegel? 
 In deze naakte en tectonische ruimtes fungeren trappen als visuele verbindingstekens tussen buiten en binnen, sokkel en lichaam, gesloten en open, onder en boven, boven en onder. De trappen voeren onweerstaanbaar de blik van de periferie van de gesloten of open omgeving, waarin de modellen staan, naar het architectonisch middelpunt. Hun dwingende, centripetale aanwezigheid maakt dat wij de door Renato ontwikkelde enscenering ervaren als een door de mens te betreden ruimte die ergens naartoe gaat, ergens heen leidt. Naar een fictief centrum, een donker veld. Naar een leeg atrium.

Maar tegelijk is het alsof Renato ons ertoe aanzet om afstand te nemen en enkele stappen van zijn installaties verwijderd te blijven. Halt te houden. Onze perceptie van tijd en ruimte te herzien. Alsof hij ons uitnodigt om langs het medium van zijn installaties opnieuw te –leren- luisteren naar de grote verhalen die zij in hun roerloze statigheid bewaren en bewaken.

Het zijn typologische tekens uit ons collectief geheugen met namen als Mausoleum, Observatorium, Belvedere, Atrium, Panopticon. Het zijn monumenten die de herinnering blijvend bewaren aan filosofen en denkers zoals Plato, Thomas More, Tomasso Campanella, Francis Bacon, Jeremy Bentham en hun zoektocht naar een ideale - utopische – en in hun ogen gelegitimeerde maatschappij. Het zijn monumenten, ook, om er de mythische gedaante van te registreren, zoals destijds met Utopia of het Panopticum of, zoals ten tijde van het modernisme, met La Città Nuova van Antonio Sant Elia of Le Corbusier’s La Ville radieuse; blauwdrukken van het dionysisch en rationeel geloof in de toekomst die vandaag echter veeleer een dystopische indruk maken.

Bernd en Hilla Becher inventariseren en archiveren, sinds eind jaren ’50, op systematische wijze het verdwijnend industriële erfgoed in Europa en de Verenigde Staten. Anders dan de Bechers die deze industriële structuren benaderen als zelfstandige vormen in de ruimte en ze fotografisch vastleggen, vertalen de installaties van Renato Nicolodi zich als monumenten die, in hun plastische beslotenheid, op hun beurt vragen doen rijzen over rol, legitimiteit én ambiguïteit van het historisch bewustzijn in onze samenleving. Niemand blijft voor deze vragen onberoerd.

Tekst: Johanna Kint

NICK ANDREWS (09.12 - 02.02.2008)   (klik hier voor sfeerbeelden)


In het kader van Doe Stil Voort (#5) toonde het MuFDB recent werk van Nick Andrews. Onder de titel 'Best Of Both Worlds' onderzoekt deze rasschilder de kruisbestuiving tussen de eigen dromen en demonen en zijn kennis van de oude meesters. Elk schilderij is de synopsis van een groter verhaal, waarin de kunstenaar/protagonist de ontdekking van nieuwe ritmes en de leesbaarheid van sterke composities als leiddraad neemt. Deze reeks schilderijen, energiek en kleurig van schriftuur, proberen de kijker te verleiden tot een andere, tragere lezing. (in opbouw)


FeliXart Museum | Kuikenstraat 6 - B1620 Drogenbos
T +32 (0)2 377 57 22 | F +32 (0)2 377 29 15 | info@FeliXart.org


ERKEND MUSEUM
Deze erkenning op 15.5.2005 geeft het museum de middelen om zijn ambitie, een aantrekkelijke en dynamische museum te worden, zuurstof. Het totaal verniewde kader onder leiding van artistiek directeur Sergio Servellón Sosa en zakelijk directeur Raf Heylen rekent ook op een intense interactie met de liefhebbers, van het werk van De Boeck en van authentiek avantgarde en eigentijdse beeldende kunst replica watches , om zijn werking te optimaliseren. Dat gebeurt via AuthenticART partnerships – en projectwerking.