HOME | CONTACT | NIEUWSBRIEF NL FR
MuFDB.org
aspectenreflectiestalenten 

Aspecten

OMRINGD. Vaste collectie - Felix De Boeck

Selectie afbeeldingen

Felix De Boeck zal in zijn 80 jarige kunstenaarsleven vanuit de traditie over het avant-gardistische avontuur van de abstracte kunst, terugkeren naar een eigen figuratieve symbolische kunst. Post-impressionistische stillevens en hoevezichten worden opgevolgd door expressief fauvistische interpretaties van de omliggende regio om snel over te lopen in gesynthetiseerde abstracte landschappen en te eindigen met symbolische pictogrammen. Een ambigue combinatie van abstractie en figuratie zal het grootste deel van zijn oeuvre uitmaken. Van de abstractie neemt hij het werken met kleur, spanning en licht over, uit de rijke geïdealiseerde schilderstraditie neemt hij het iconisch gebruik van thema’s over waarbij hij aan persoonlijke tragedies een mystieke geladenheid geeft.


Het kosmische vatten
De creatieve intuïtie van Felix De Boeck baseerde zich op een diepe inleving in het menselijk bewustzijn en de vereniging van de natuur waarbij een goddelijk principe een rode draad vormde. De kunstenaar, natuurmens en intellectueel, streefde om deze gevoeligheid ook naar een publiek te brengen. Deze ethische bezorgdheid, ‘het stichtende’ in zijn werk, vormt de kern van de ‘roeping’ van een generatie die sterk onder de invloed stond van het humanitair expressionisme. Deze stroming die de mens centraal stelde en waarbij alles een universele, kosmische dimensie kreeg, is bepalend geweest in het ontstaan van de thema’s die De Boeck zal uitwerken vanaf midden de jaren 1930. Opvallend hierbij is het gebruik van de cirkel, die in zijn oeuvre een soort constante vormt. De cirkel als volmaakte figuur, zonder begin en einde, symboliseert de dynamische cyclus van het leven. Het verbindt leven en dood, thema’s die het œuvre van De Boeck domineren. Naast de filosofie van Pierre Teilhard de Chardin waarin de verbondenheid over leven en dood zinvol blijkt, was Blaise Pascal zeker ook een inspiratiebron: “God is een cirkel waarvan het middelpunt zich overal bevindt en de omtrek nergens.” In de reeks Moederschappen tekenen de gesloten cirkels, waarin telkens dezelfde mathematische verhouding behouden wordt, de tederheid tussen moeder en kind. Deze werken kwamen tot stand in de tragische periode van de geboorte en het vroegtijdig overlijden van zijn kinderen (tussen 1925 en 1934). Aan de hand van de cirkels, creëert hij ook dramatische perspectieven. Het hoogtepunt van mystiek geladen werk vinden we in de reeks Zelfgave, waarin hij een verheven thema, namelijk het engagement van de mens voor zijn medemens, op een lyrische achtergrond uitdrukt.

Vanaf de jaren 1936 werd het portret één van de meest geliefde genres van De Boeck. Eindeloze series op geometrische basis getekende en geschilderde gezichten zagen het daglicht. Hierbij wordt een visionaire relatie gelegd tussen de kunstenaar en de verborgen wereld achter het onmiddellijk zichtbare. Door de geometrische circulaire structuur, voorbereid op foto’s, verkrijgen de portretten een geïdealiseerd aspect. De geometrie wordt hier gebruikt om de zichtbare herkenbare wereld te kunnen vatten. De invloed van de school van Beuron (Duitsland) en de leer van de Benedictijnse priester Desiderius Lenz  is hier zeker van groot belang geweest voor De Boeck net zoals voor Alphonse Mucha , Alexei Jawlensky en Albert Gleizes.
Het portret is voor De Boeck de zoektocht naar de ziel van ‘dé mens’. Hij verwijst hierbij naar L’épiphanie du visage van de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Opvallend hierbij is de benadrukking van één oog, dat hij centraal in het werk positioneert. Daarmee wijst De Boeck op de psychologische dualiteit van de mens, het “evenwicht” tussen de Apollinische en Dionysische aard.

Technisch gezien tekent Felix De Boeck in zijn schilderijen. Een geometrisch opgebouwd ontwerp zal letterlijk in de verf gekrast worden. Deze uitgesproken grafische oplossing is in de schilderkunst zelden zo consequent doorgevoerd als bij De Boeck. De kunstenaar sprak zelf van het evolueren naar een ‘antischilderkunst’. De zeggingskracht van het werk wordt door een puur schilderkundige oplossing haast onleesbaar wanneer de gegraveerde tekening zich oplost in een lichte of donkere ‘gloed’. De schilderijen in de monochrome varianten kunnen, vanuit de eigenheid van de vraagstelling naar wat abstractie is, als de sterkste werken uit die reeks worden beschouwd. In de allerlaatste periode van zijn evolutie gaat De Boeck, vanaf 1980, gedwongen door een achteruitgang in zicht en motoriek, een nieuwe uitweg vinden, opnieuw in de abstractie. Ruimte zal alle wegen die hij compositorisch in zijn oeuvre bewandelde, in één “teken” vatten. Deze werken kunnen als een synthese gelezen worden waarin de filosofische en ideële observaties van De Boeck in “kosmogrammen” samenkomen.

Vergeestelijkte zichten

De evoluties in De Boecks werk voltrekken zich vanaf begin jaren ’30 in relatieve afzondering. Ondanks de veelvuldige contacten met collega’s van het eerste uur en nieuwe bondgenoten stelt De Boeck tussen 1930 en 1952 haast niet tentoon. In deze periode, met inbegrip van de Tweede Wereldoorlog, plooit De Boeck zich terug op een intieme zoektocht. Als landbouwer was Felix De Boeck gefascineerd door de schoonheid van de natuur en haar inherente wetmatigheden. De dwarrelende beweging van een vallend blad of de kieming van een boontje illustreert het dagelijkse wonder van de natuur. De Boeck toont de grootsheid en de universaliteit van de kleinste, eenvoudigste onderwerpen op een heel sobere wijze. Om die reden kregen deze werken de naam ‘Franciscaans’. Hoewel zijn werk een zekere invloed ondervindt van de animistische reacties op de avant-garde, de ‘retour à l’ordre’, met de nadruk op de herkenbare wereld, met portretten en het ‘dagelijks’ leven, heeft De Boeck zijn geometrische principes niet verloochend. Vanuit zijn hoeve in Drogenbos filosofeert De Boeck in Regen over de universele wetmatigheden achter vallende regendruppels op een wateroppervlak. De kringen in het water tonen ons een zeldzaam natuurlijk moment van pure geometrie. Een pantheïstische kijk op de wereld, waarbij het goddelijke zich in alles wat ons omringt openbaart, vervangt het louter formele van de vormvernieuwing.

Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog ontstaan de grote reeksen en zal De Boecks productie snel stijgen. Kenmerkend zijn de lichtpunten, de transparante kleurlagen en de dominantie van gedempte kleuren die gelijklopen met de gemoedsstemmingen van de kunstenaar. In 1952 waagt De Boeck zich aan een eerste retrospectieve tentoonstelling in Galerie Georges Giroux. Na tentoonstellingen te Leuven (1957) en Jette (1961), komt de tot dan toe belangrijkste tentoonstelling in het Museum te Elsene in 1965.
De ontwikkeling van een tweede golf van abstractie, opgekomen na de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel,  laat zich voelen door een terugkeer naar de rechte lijn. Heel zijn geboortestreek werd uitgebeeld in de Nachtlichten: Drogenbos, Ruisbroek, het kasteel van Beersel. Deze vergeestelijkte landschappen worden opgebouwd rondom een gloed waarbij een lijn- en puntenspel voor de eerste keer uitgesproken symbolisch geladen worden. In Het bezoek wordt een universele harmonie en een synthese tussen het materiële en het ideële uitgedrukt, waarbij de lichtvonk in het raam van de hoeve zowel refereert naar de geborgenheid van het huiselijke maar ook naar de uitstraling van het ‘magisch oord’ in Drogenbos. De vele bezoeken aan Drogenbos zullen culmineren met het bezoek van koningin Fabiola en de voormalige Kamervoorzitter Achiel Van Acker. De bekendheid van De Boeck, dankzij de oude vrienden die in de opkomende massamedia actief zijn, zoals de oude metgezel Jan Boon, zal even plots komen als ze tot dan toe onbestaande was. Het televisieprogramma ‘Ten huize van’ zal van de schilder een fenomeen maken en de mythevorming in Vlaanderen in de hand werken.

Doorheen een  modernistische bril
De evolutie van het postimpressionisme over een ‘mild’ modernisme naar een uitgesproken avant-gardebeweging, werd in enkele maanden volbracht. Net zoals bij Prosper De Troyer en Jozef Peeters zullen Felix De Boecks schilderijen evolueren van een subjectieve momentopname naar een vernieuwende, collectivistische vormtaal. In een naoorlogs revolutionair klimaat en vanuit een wens tot actieve maatschappelijke verandering, dichtten de kunstenaars zich een nieuwe rol toe. De zaterdagbijeenkomsten in de hoeve hervatten, met veelvuldig bezoek van Paul van Ostaijen, Jean Dypréau, Edmond Vandercammen, Marcel Coole en Pieter G. Buckinx. Naast schrijvers-dramaturgen als Michel De Ghelderode en Herman Teirlinck, heeft De Boeck contacten met de modernistische toondichter Willem Pelemans alsook met de radio- en televisiepioniers Jan Boon en Bert Leysen.
Zowel in Antwerpen als in Brussel organiseert zich de abstracte beweging rond avant-garde tijdschriften, respectievelijk Het Overzicht en 7 Arts. Gedurende een jaar, van 1919 tot 1920, zal de geometrische abstractie zelfs de enige uitdrukkingsvorm voor De Boeck zijn. Medestanders gaan van de geëngageerde houtsnijder Albert Daenens naar Karel Maes, die de kubistische en abstracte kunsten in de binnenhuisarchitectuur introduceert. Pierre Bourgeois zal in 1923 De Boecks werk, alsook dat van Pierre-Louis Flouquet, bestempelen als plastique pure sentimentale, wat tegenover de plastique pure concrète, of ‘koele’ abstractie van Peeters of Maes stond.

De belangrijkste groepstentoonstellingen waaraan Felix De Boeck deelnam in deze periode, waren: Exposition Internationale d’Art Moderne te Genève (1920–1921), Tweede Congres voor Moderne Kunst te Antwerpen (1922), Salon de la Lanterne Sourde, Les Arts belges d’esprit nouveau te Brussel (1923), L’ Art Belge te Grenoble (1927) en L’Art belge depuis l’impressionnisme te Parijs (1928). Zijn belangrijkste solotentoonstelling kreeg hij, dankzij de uitnodiging van Michel Seuphor, in 1928 in de galerij Au Sacre du Printemps te Parijs.
In deze periode ontstaat in het oeuvre van De Boeck een hybride wereld tussen abstractie en figuratie. Wanneer hij na 1925 definitief de figuratieve richting inslaat, zullen de geometrische elementen een belangrijke rol blijven spelen. In de zogenaamde Genesisreeks, begonnen in 1923, portretteert De Boeck de dieren die zijn leven bevolken doorheen een modernistische bril. Deze uit diagonalen en cirkels gebouwde dieren lijken alle puur wiskundig berekend te zijn. De objectieve ontleding van de abstractie werd naast de kleurvolle subjectieve beleving van zijn fauvistische en expressieve periodes aan elkaar gekoppeld. De synthese van abstractie en figuratie in de Genesisreeks is een stilering die ontstaat vanuit de strenge interne logica van het thema van de Abstracte Zee, waarbij horizonlijn en bijbehorende diagonalen samenkomen in een centraal compositiepunt. Dit punt was voor De Boeck een oplossing voor zijn streven naar harmonie, in samenhang met zijn uitgesproken religieuze aspiraties.

In een tweestrijd met de Vlaamse expressionisten die zich bundelden rond de galerij en tijdschrift Sélection, delven de avant-gardisten het onderspit. De pioniers van de abstractie zullen veertig jaar op erkenning moeten wachten. Na deze artistieke strijdperiode voelde De Boeck de drang om terug een grotere plaats te wijden aan de natuur in zijn werk. Reeds in 1923 verscheen een artikel over Felix De Boeck in 7 Arts en Het Overzicht over de kunstenaar die zich ‘in de marge’ van het kunstgebeuren geplaats had. Het is deze attitude die hem later een mythische naam zal geven.

Vertrouwde blik
Felix Hendrik Constant De Boeck werd op 2 januari 1898 geboren in het toen nog landelijke gemeente Drogenbos, geestelijk ver verwijderd van het aangrenzende Brussel. Geworteld in zijn geboortegrond door het werk op het veld, leefde hij binnen de  muren van een hoeve waar het leven elke dag volgens het ritme van het boerenleven geleid werd. Rond 1909-1911 zal De Boeck, als verpozing tijdens ziekte, Bijbelillustraties natekenen. Dit werd gevolgd door zondagslessen bij zijn buurman, de etser Pol Craps. Louis Thevenet, een andere kunstenaar die in Drogenbos leefde, moedigde hem aan om de stap zetten naar de schilderkunst en beïnvloedde hem om stillevens en interieurs te maken. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog baden zijn postimpressionistische schilderijtjes in het zachte coloriet van de Brabantse fauvisten om door de wreedheden van de oorlog te verdwijnen en plaats te maken voor opzwepende dynamische kleuren. Vanuit de onmiddellijke omgeving van de hoeve zal De Boeck de stap zetten naar de omliggende landschappen. Silhouet uit 1917 symboliseert het moment waarop hij op de drempel staat in zijn stap naar de buitenwereld. Vanaf dat jaar  zal hij zijn eerste contacten leggen met de Brusselse kunstkring Doe Stil Voort, waar hij, samen met o.a. Jan Cockx, War Van Overstraeten en Albert Daenens, toegang had tot een gezamenlijk atelier waar iedere dag de gelegenheid geboden werd te tekenen en schilderen naar levend model.

Felix De Boeck, die na zijn briljant verlopen humaniorastudies geen verdere formele opleiding volgde, zal zijn leven lang intellectueel nieuwsgierig blijven. Naast de beeldende kunst zal vooral de literatuur, en in het bijzonder de dichtkunst, een blijvende aantrekkingskracht uitoefenen op de jonge De Boeck; een interesse die gevoed werd door zijn lidmaatschap in de studentenbond van Ruisbroek, waarvan hij van 1912 tot 1916 lid was. In de vroege jaren zijn vooral de werken van Guido Gezelle, Albrecht Rodenbach en Cyriel Verschaeve van belang voor De Boeck. Beïnvloed door de zwart- witfoto’s van tekeningen in de eerste uitgave van Vincent Van Gogh, Brieven aan zijn broeder, raakte De Boeck geboeid door de problematiek van kleur en vorm. Wat in de De Boeck-literatuur bekend staat als fauvistische, ‘Goghiaanse’ en futuristische periodes, zijn een evenwichtsoefening tussen kleurvlakken en ritmes enerzijds en de expressie van zijn filosofische bezorgdheden anderzijds.

De hoeve was een ontmoetingsplaats geworden waar talrijke vrienden en kunstenaars, van schilders tot filosofen, samenstroomden om te discussiëren over de nieuwste ideeën in de kunstwereld. Dankzij zijn brede kennissenkring doorloopt De Boeck tussen 1917 en 1919 bijna de ganse evolutie van de moderne kunst. Prosper De Troyer brengt niet enkel het manifest van Marinetti onder de aandacht van De Boeck, hij leert hem ook met frisse kleuren en expressieve tekening naar zijn Zennestreek te kijken. Klokkengeluid Sint Romboutskathedraal is de neerslag van een beiaardconcert dat De Boeck samen met Jan Boon in Mechelen bijwoonde. Deze dynamische circulaire bewegingen treffen we ook in andere werken aan zoals in Parende slakken waarbij De Boeck zeer dicht bij de abstractie komt. Jan Boon zal twee tekeningen uit deze periode gebruiken voor zijn eerste publicatie Zwarte Sneeuw, vermoedelijk één van de eerst gepubliceerde abstracte tekeningen in België. Deze door het Duitse expressionisme beïnvloede werken, sloten tevens aan bij het literair humanitair expressionisme, een stroming die waarden als universalisme en broederschap vooropstelde. De Boeck zal rond het ontstaan van het tijdschrift Ruimte, met auteurs als Paul van Ostaijen, Wies Moens en Victor Brunclair, zelf een tijdlang gedichten schrijven. Via Jan Boon volgde hij de ontwikkelingen in de strijd voor de ‘gemeenschapskunst’, o.a. gevoerd door Jozef Peeters met de Kring voor Moderne Kunst.


FeliXart Museum | Kuikenstraat 6 - B1620 Drogenbos
T +32 (0)2 377 57 22 | F +32 (0)2 377 29 15 | info@FeliXart.org


ERKEND MUSEUM
Deze erkenning op 15.5.2005 geeft het museum de middelen om zijn ambitie, een aantrekkelijke en dynamische museum te worden, zuurstof. Het totaal verniewde kader onder leiding van artistiek directeur Sergio Servellón Sosa en zakelijk directeur Raf Heylen rekent ook op een intense interactie met de liefhebbers, van het werk van De Boeck en van authentiek avantgarde en eigentijdse beeldende kunst replica watches , om zijn werking te optimaliseren. Dat gebeurt via AuthenticART partnerships – en projectwerking.